Medicijnen en verkeer
Veel medicijnen hebben behalve de beoogde werking ook bijwerkingen. Sommige bijwerkingen leveren risico’s op. Ze kunnen het reactievermogen beïnvloeden.
Welke medicijnen?Er zijn heel wat medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden. Hieronder staan acht groepen van medicijnen. Bij elke groep staat, waar ze meestal voor worden voorgeschreven, de voornaamste werkzame stoffen en enkele merknamen. Wilt u weten of uw medicijn tot een van deze groepen behoort? Lees dan de bijsluiter.
· Benzodiazepines. Dat zijn slaapmiddelen en kalmerende middelen tegen angst en onrust. Voorbeelden zijn oxazepam (Seresta), temazepam (Normison) en diazepam (Valium, Stesolid)
· Antidepressiva. Dat zijn medicijnen die werken tegen stemmingsstoornissen zoals depressies. Voorbeelden zijn paroxetine (Seroxat), citalopram (Cipramil) en amitriptyline (Tryptizol, Sarotex)
· Antihistaminica. Dat zijn medicijnen die artsen voorschrijven bij allergie, bijvoorbeeld hooikoorts, en bij reisziekte. Voorbeelden zijn loratidine (Allerfre, Claritine), promethazine en ketotifen (Zaditen)
· Amfetaminen. Deze stof zit in medicijnen die worden voorgeschreven bij ADHD. Bijvoorbeeld methylfenidaat (Ritalin, Concerta, Equasym, Medikinet)
· Opioïden. Dat zijn sterke pijnstillers. Voorbeelden zijn morfine (Kapanol, MS Contin, Oramorph), oxycodon (Oxycontin, Oxynorm) en fentanyl (Durogesic)
· Anti-epileptica. Dat zijn middelen tegen epilepsie (‘vallende ziekte’). Voorbeelden zijn carbamazepine (Tegretol), fenytoïne (Diphantoïne, Epanutin) en gabapentine (Neurontin)
· Antipsychotica. Dat zijn medicijnen die worden voorgeschreven bij ernstige psychische stoornissen (psychoses). Voorbeelden zijn haloperidol (Haldol), clozapine (Leponex) en olanzepine (Zyprexa)
· Parkinsonmiddelen. Dat zijn middelen tegen de verschijnselen van de Ziekte van Parkinson. Bijvoorbeeld levodopa met cabidopa (Sinemet, Stalevo, Duodopa) of met biperideen (Akineton).
Welke bijwerkingen?
Deze middelen kúnnen bijwerkingen geven. Niet iedereen krijgt last van bijwerkingen. Maar het is wel goed er alert op te zijn. De mogelijke bijwerkingen zijn:
· U bent onhandiger dan u van uzelf gewend bent
· U reageert langzamer dan anders; u bent suf
· U ziet minder scherp dan gewoonlijk
· U wordt duizelig bij het opstaan of bij inspanning
· U hebt minder controle over uw arm- en beenspieren
· U bent minder kritisch op wat u doet
· U merkt zaken niet op, of te laat, terwijl u die normaal wel snel ziet
De kans op bijwerkingen die het reactievermogen verminderen, is bij sommige middelen heel groot, bij andere zeldzamer.
Als het risico groot is, mag u geen auto besturen. Soms is dat verbod tijdelijk. De invloed op het reactievermogen is bij sommige medicijnen na een paar uur voorbij. Het is ook mogelijk dat u (bijvoorbeeld na een week) gewend raakt aan het medicijn en dan minder last krijgt van de bijwerkingen. Hoe lang de bijwerking duurt, hangt van het middel af. Overleg hierover met uw arts of apotheker.
Niet alleen met autorijden, ook met het werken met gevaarlijke machines en op ladders klimmen moet u oppassen als u een van deze medicijnen gebruikt.
De ernst van de bijwerking is niet altijd te voorspellen. Vaak moet u kijken hoe u op het medicijn reageert. Maar ook als u weinig last hebt, moet u overwegen welke risico’s u verantwoord vindt. Bedenk wat de gevolgen kunnen zijn van een ongeval, thuis, op het werk of in het verkeer.
Doen of laten?
Het is mogelijk dat u de bijwerkingen zelf niet meteen opmerkt. Daarom is het van belang het zekere voor het onzekere te nemen. Vraag u bijvoorbeeld af:
· Is het echt nodig dat u zelf de auto bestuurt, of kunt u ook met iemand meerijden, of met het openbaar vervoer reizen?
· Is het verantwoord dat u de steiger op gaat of met machines werkt, als u in de bouw werkt?
· Kunt u het werken met elektrisch tuingereedschap uitstellen of aan een ander overlaten?
· Kan iemand anders een keer op het huishoudtrapje klimmen en de ramen voor u lappen?
· Is het niet verstandiger de racefiets een tijdje te laten staan?
Kies voor veiligheid. Overleg met uw arts of apotheker om de risico’s goed in te schatten.
Wetgeving en verzekering
Rijden onder invloed van medicijnen die het reactievermogen verminderen is strafbaar, net als rijden onder invloed van alcohol. Dat geldt voor automobilisten, motorrijders, bromfietsers en fietsers.
Als u onder invloed van een van deze medicijn betrokken raakt bij een ongeval, bent u wettelijk aansprakelijk. In zo’n geval vergoedt de verzekering de schade niet. U moet dan zelf de kosten van de veroorzaakte schade betalen.
CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vraagt vóór het verstrekken van een rijbewijs naar gegevens over uw gezondheid en medicijngebruik. Dat gebeurt
· als u rijexamen gaat doen;
· als u boven de zeventig jaar bent en uw rijbewijs wilt vernieuwen;
· als u beroepschauffeur bent en uw rijbewijs wilt vernieuwen.
Is alles in orde dan krijgt u een Verklaring van rijgeschiktheid.
Ziekten als diabetes en epilepsie kúnnen op zichzelf al een reden zijn om geen Verklaring van rijgeschiktheid af te geven. Dat geldt ook voor (langdurig) gebruik van een medicijn dat het reactievermogen vermindert. Krijgt u zo’n medicijn voorgeschreven, dan kunt u dat melden bij het CBR. Daar houdt men uw medische gegevens dan opnieuw tegen het licht. Als u een nieuwe Verklaring van rijgeschiktheid krijgt, kan dat in uw voordeel zijn als u bij een ongeluk betrokken zou raken. Maar uw Verklaring van rijgeschiktheid kan ook worden ingetrokken. Melding is niet verplicht.
Weer van start
U kunt weer gaan autorijden
· als u het medicijn dat het reactievermogen vermindert niet meer gebruikt
· als de bijwerkingen na enige tijd minder zijn geworden
Laat de auto nog staan als u onscherp ziet, duizelig bent, u slecht kunt concentreren of erg slaperig bent.
Drink geen druppel alcohol als u weer wilt gaan rijden. De combinatie van uw medicijn met alcohol versterkt de bijwerkingen.
Het is verstandig eerst een ‘proefrit’ te maken. Vraag iemand om met u mee te rijden en te kijken of u veilig genoeg rijdt. Hij of zij moet dan op de volgende zaken letten:
· Rijdt u zonder reden met wisselende snelheden?
· Slingert u?
· Reageert u geïrriteerd op normaal weggedrag van anderen?
Rijd om te beginnen niet meer dan één uur achter elkaar, ook als u zich goed voelt.
Ga niet meteen bij slecht weer of ’s nachts de weg op.
Als de heenrit is tegengevallen, rijd dan niet zelf terug.
Vermindert het medicijn dat u gebruikt uw reactievermogen? Welke bijwerkingen kunnen voorkomen? Is het in uw geval verantwoord auto te rijden of met machines te werken? Zijn er geen andere medicijnen, die dit soort bijwerkingen niet hebben? Deze vragen zijn op verschillende manieren te beantwoorden.
Gele sticker en etiket
Medicijnen die het reactievermogen verminderen, hebben altijd een gele sticker op de verpakking. Op die sticker staat de waarschuwing: ‘Dit geneesmiddel kan het reactievermogen verminderen’. Dat is handig, want u merkt deze bijwerking zelf niet altijd op.
Ook op het etiket staat dat het medicijn het reactievermogen kan verminderen.
Bijsluiter
Precieze informatie over de mogelijke bijwerkingen van een medicijn staan in de bijsluiter. De fabrikant is wettelijk verplicht alle bekende bijwerkingen te noemen. Het is dus vaak een hele lijst. Lang niet iedereen krijgt last van bijwerkingen, en zeker niet van alle bijwerkingen.
Uw apotheker
Als u meer wilt weten over uw medicijn, kunt u altijd bij uw apotheker terecht. U kunt bijvoorbeeld vragen:
· Is het verantwoord een auto te besturen als ik dit medicijn gebruik?
· Hoe lang duren de bijwerkingen?
· Zou ik met een ander tijdstip van innemen of een andere dosis minder last hebben van de bijwerkingen? En zou dat mogen?
· Is er een ander middel dat minder bijwerkingen heeft? Dan kan ik misschien gewoon blijven autorijden.
Uw apotheker kan u informeren en eventueel overleggen met de voorschrijvende arts.
Bent u beroepschauffeur of is er een reden waarom u absoluut moet kunnen autorijden? Of werkt u met gevaarlijke machines? Meld dat dan bij uw apotheek. Dan wordt dat bij uw gegevens in de computer gezet. De apotheker kan dan zo nodig uw arts adviseren om een ander middel voor te schrijven.